Intern verslag 298

Grote huizen in de Sint Jorisstraat


Inleiding

Dit verslag is gemaakt in het kader van het onderzoek naar de grote huizen, en meer specifiek naar dergelijke huizen in het zuidwestelijk stadsgebied.

Het gaat bij dit complex om de voorgangers van het noordelijk deel van Sint Jorisstraat 121 (in 1909 nummer 27). In de Late Middeleeuwen betrof het drie naast elkaar staande huizen, die in 1498 zijn samengevoegd tot één complex.1

Aan de noordkant2 bevond zich - naast een huis vanaf 1606 deel uitmakend van het kartuizerklooster - het huis dat het Huis van Bokhoven werd genoemd, daarnaast in zuidelijke richting twee huizen, die samen werden aangeduid als het Huis van der Aa. Ten zuiden hiervan bevond zich de Oude-Schutsbogaard. De huizen worden behandeld van noord naar zuid.

Het Huis van Bokhoven

Dit huis grensde aan een huis (Sint Jorisstraat 119, oud 25) dat eerst van Aart Berwout was, vervolgens van zijn weduwe, die het verkocht aan Geertruid dochter van Klaas van Stakenborch en weduwe van Willem van de Kerkhof. Later hertrouwde Geertruid met Rutger van Erp. In 1606 kwam het aan de kartuizers, die al sinds lange tijd het noordelijk naastgelegen pand bezaten.3

In 1396 kocht Jacob uter Oesterwijc een cijns van 18 en drie derde (!) schilden af uit het huis dat later het Huis van Bokhoven zou gaan heten. Deze cijns was toen in het bezit van de weduwe van Jan van Haren en haar kinderen.4 Blijkens een schepenakte van 9 augustus 1438 had Gijsbrecht Lysscap deze cijns beloofd aan Jan van Haren.5
1.Zie hierna.
2.A.F.O. van Sasse van Ysselt, Voorname huizen en gebouwen van ’s-Hertogenbosch I (1910) 374-400, noemt dit ten onrechte ‘oostwaarts’ en de richting van de Oude Hulst ‘westwaarts’.
3.Ald. 380-382.
4.Gemeentearchief ’s-Hertogenbosch [GAHt], Rechterlijk archief (Bosch’ protocol) [R.] 1180, blz. 654: Domicella Luytgardis relicta quondam Iohannis de Haren cum tutore, Walterus Henricus et Willelmus, liberi dictorum domicelle Luytgardis et quondam Iohannis de Haren, hereditarium censum decem et octo denariorum aureorum communiter scilde vocatorum --- atque trium tertiarum partiarum! unius denarii antiqui --- ex domo lapidea et area sita in Buscoducis in vico dicto Aude huls inter hereditatem Iohannis filii quondam Boudewini ex uno et inter hereditatem Gheerburgis relicte quondam Willelmi vanden Gelucke? ex alio, tendente a communi platea retrorsum ad aquam ibidem fluentem, necnon ex attinentiis eiusdem domus lapidee et area singulis et universis, prout in litteris, hereditarie supportaverunt Iacobo uter Oesterwijc.
5.R. 1208, f. 129v. Zie hierna.
In het oudarchief van Nederhemert bevinden zich originele oorkonden betreffende dit huis. Regesten hiervan zijn afgedrukt door A.F.O. van Sasse van Ysselt, De voorname huizen en gebouwen van ’s-Hertogenbosch.1 Deze gegevens konden worden aangevuld en verbeterd aan de hand van de minuten in het schepenprotocol.

De oudst vermelde bezitter van het huis is wellicht Gevart Stummeken(s).2 Daarna was het goed in bezit van Wouter Colen (= Klaasz.) van Oerle. Blijkens een opgegeven belending was deze al gerechtigde in het jaar 1338.3 Hierna is het goed door vererving in handen gekomen van zijn dochter Luitgard, gehuwd met Jan van Haren. Op 21 september 1384 transporteerde deze het aan Gijsbrecht Lysscap de jonge,4 schepen van ’s-Hertogenbosch.5 Het ging toen al om een stenen huis. Laatstgenoemde vestigde op 3 januari 1385 een cijns van 70 oude schilden op het goed.6

Op 30 december 1385 verklaarde Luitgard, haar zoon en haar schoonzoon volledig voldaan te zijn van de huurpenningen die de Bossche lombarden aan Jan van Haren moesten betalen wegens huur van het huis. Het zal dus vóór de overdracht op 21 september 1384 aan Gijsbrecht Lysscap enige tijd hebben gefunctioneerd als Lombardenhuis.7
1.Van Sasse van Ysselt, a.w. I, 387-391.
2.Deze wordt als belending genoemd in schepenakten uit 1398 (R. 1181, f. 71, blz. 141), 1401 (R. 1182, f. 263v., blz. 634), 1423 (R. 1193, f. 512v.) en 1430 (R. 1200, f. 85v.).
3.GAHt, Tafel van de Heilige Geest [Heilige Geest] 221 (28 maart 1338): retro domum Woltheri dicti Colen. Zie ook GAHt, Groot Begijnhof 60 (10 juli 1377): domus et area dicti Goeswini (= Aencoy) iuxta hereditatem Walteri de Ourle.
4.Van Sasse van Ysselt, a.w. I, 387. De daar genoemde akte van 4 januari 1384 dateert in werkelijkheid, volgens de nieuwe stijl, van 3 januari 1385.
5.B.C.M. Jacobs, Justitie en politie in ’s-Hertogenbosch voor 1629 (Assen-Maastricht 1986) 259-261.
6.Door Van Sasse van Ysselt, a.w. I, 387, ten onrechte gedateerd op 4 januari 1384. Het betreft het verschil tussen de oude en de nieuwe stijl. Deze cijns werd op 4 februari 1417 aangekocht door de bezitster van het goed, Mechteld weduwe van Jacob uter Oesterwijc. Als belendingen werden opgegeven: Jan Boudewijnsz. en Willem Luppen van Lommel (R. 1190, f. 336v.: Thomas Valant, filius quondam Thome Valant, hereditarium censum septuaginta aureorum denariorum antiquorum communiter aude scilde vocatorum, solvendum hereditarie nativitatis Iohannis et mediatim Domini ex domo lapidea et area cum suis attinentiis quondam Walteri Colen soen, sita in Buscoducis ad vicum dictum Huls inter hereditatem Iohannis filii Boudewini ex uno et inter hereditatem quondam Willelmum Luppen soen de Lommel ex alio, venditum Iohanni filio quondam Danyelis de Vladeracken ad opus Thome Valant, filii quondam Thome Valant a Ghiselberto Lysscap iuniore, filio quondam Arnoldi Ysebout, prout in litteris, hereditarie supportavit Mechtildi relicte quondam Iacobi uuter Oesterwijc). Deze cijns werd op 9 augustus 1438 met het goed overgedragen (R. 1208, f. 129v.; zie hierna. Ook een cijns van 5 pond oud werd in 1417 afgekocht (R. 1190, f. 99 (1417.02.18): Wolterus van Os recognovit sibi plenarie satisfactum de omnibus arrestadiis sibi a quocumque tempore evoluto usque in diem presentem restantibus et insolutis occasione hereditarii census quinque librarum antique pecunie, quem dictus Wolterus solvendum habet ex domo et area quondam Iohannis Lysscop!, sita in Buscoducis ad vicum dictum Audehuls, clamans inde quitum omnes quitanciam indigentes).
7.R. 1177, f. 216: Domicella Luytghardis relicta quondam Iohannis de Haren, Willelmus eius filius et Robbertus de Wisschel eius gener recognovit se plenarie fore satisfactum ab omni pecunia locacionis quam Henricus Jozello et Petrus Merlo ex parte lombardorum seu mercatorum in Buscoducis dicto quondam Iohanni solvere tenebantur a quocumque tempore evoluto usque in hodiernam diem occasione locacionis cuiusdam habitacionis dicti quondam Iohannis de Haren, sitam in Buscoducis ad
Op 27 oktober 1396 droeg Gijsbrecht Lysscap het goed over aan Jacob uter Oesterwijc.1 Deze kocht op 23 december 1396 van de weduwe en kinderen van Jan van Haren een cijns van 18 schilden uit het huis.2

Mechteld weduwe van bovengenoemde Jacob uter Oesterwijc transporteerde het goed op 9 augustus 1438 aan Gerit van der Aa, schepen van ’s-Hertogenbosch.3 De omschrijving luidde: ’stenen huis en erf gelegen in ’s-Hertogenbosch in de straat geheten Audehuls tussen erf van Jan zoon van wijlen Boudewijn aan de ene en tussen erf van Geerburg weduwe van Willem van den Gelucke aan de andere zijde, strekkende van de openbare straat naar achter tot aan het aldaar stromende water‘. Mee overgedragen werden de hiervóór al vermelde cijns van 18 en drie derde oude schilden, de cijns van 70 schilden en een cijns uit een ander huis. Uit het goed gingen 24 penningen hertogcijns.4 Merkwaardig zijn de opgegegeven belendingen,
 vicum dictum Huls, ut dicebant, clamantes dictos socios inde quitos. Et promiserunt super omnia si dicti mercatores occasione locacionis dicte habitacionis ab aliquo impeticione? et dampna sustinentur, extunc ipsos ab his dampnis omnino observabunt. Testes Scilder et Steenwech. Datum sabbato post nativitatis Domini.
1.Van Sasse vanb Ysselt, a.w. I, 388.
2.R. 1180, blz. 654: Domicella Luytgardis relicta quondam Iohannis de Haren cum tutore, Walterus, Henricus et Willelmus, liberi dictorum domicelle Luytgardis et quondam Iohannis de Haren, hereditarium censum decem et octo denariorum aureorum communiter scilde vocatorum --- ex domo lapidea et area sita in Buscoducis in vico dicto Aude huls inter hereditatem Iohannis filii quondam Boudewini ex uno et inter hereditatem Gheerburgis relicte quondam Willelmi vanden Gelucke ex alio, tendente a communi platea retrorsum ad aquam ibidem fluentem, necnon ex attinentiis eiusdem domus lapidee et area singulis et universis, prout in litteris, hereditarie supportavit Iacobo uter Oesterwijc.
3.Jacobs, a.w., 263-264.
4.R. 1208, f. 129v.: Mechteldis relicta quondam Iacobi uter Oesterwijc cum tutore domum lapideam et aream sitam in Buscoducis in vico dicto Audehuls inter hereditatem Iohannis filii quondam Boudewini ex uno et inter hereditatem Gheerburgis relicte quondam Willelmi vanden Gelucke ex alio, tendentem a communi platea retrorsum ad aquam ibidem fluentem, cum attinentiis eiusdem domus lapidee et aree singulis et universis, quam domum et aream Iacobus uter Oesterwijc erga Ghiselbertum Lysscap iuniorem acquisierat, prout (dicebat), insuper hereditarium censum decem et octo denariorum aureorum antiquorum communiter scilde vocatorum boni auri et iusti ponderis, et trium terciarum partium unius denarii aurei communiter scilt vocati auri et ponderis ut prefertur seu alterius pagamenti eiusdem valoris, quem censum Ghiselbertus Lysscap iunior promisit se daturum et soluturum quondam Iohanni de Haren hereditarie mediatim nativitatis Domini et mediatim nativitatis Iohannis ex domo lapidea et area predictis, et quem censum dictus Iacobus uter Oesterwijc erga domicellam Luytgardem relictam quondam Iohannis de Haren, Wolterum, Henricum et Willelmum fratres, liberos dictorum domicelle Luytgardis et quondam Iohannis de Haren, acquisierat, prout in litteris, insuper hereditarium censum septuaginta aureorum denariorum antiquorum communiter audescilde vocatorum monete regis Francie boni auri et iusti ponderis, solvendum hereditarie mediatim nativitatis Iohannis et mediatim Domini ex domo lapidea et area cum suis attinentiis quondam Wolteri Colen soen, sita in Buscoducis ad vicum dictum Huls inter hereditatem Iohannis filii Boudewini ex uno et inter hereditatem quondam Willelmi Lippen soen de Lommel ex alio, quem censum iamdictum Mechteldis relicta quondam Iacobi uter Oesterwijc erga Thomam Valant, filium quondam Thome Valant, acquisierat, prout in litteris, insuper hereditarium censum quadraginta solidorum monete, quem Gerardus filius Gerardi Vosse frunitoris solvendum habuit hereditarie mediatim nativitatis Domini et mediatim nativitatis Iohannis ex domo et area quondam Iohannis Schoute, que postmodum ad Iohannem de Haren spectabat, sita in Buscoducis ad vicum dictum Huls contigue iuxta hereditatem Tielkini Herinc, quem censum iamdictum Mechteldis relicta quondam Iacobi uter Oesterwijc erga Arnoldum Jans soen van Cromvoert acquisierat, prout in litteris, hereditarie supportavit Gerardo de Aa --- condicione annexa quod dictus Gerardus solvet ex premissis et solvere tenebitur hereditarium censum vigintiquatuor denariorum domino nostro duci sic quod dicte Mechteldi dampna exinde non
die zullen verwijzen naar een veel oudere toestand.1 Hoewel dit niet uit deze belendingen blijkt, was Gerit van der Aa toen al lange tijd in het bezit van het zuidwaarts aangrenzende huis.2

Meer dan twintig jaar later, op 31 maart 1460, droegen Dirk, Hendrik, Willem en Goiart, zonen van Gerit van der Aa, het hier behandelde goed over aan Aleid (Pieck), weduwe van Jan Oem, ridder, heer van Bokhoven.3
Jan Oem was overleden op 29 augustus 1449 overmidz quetsueren ende gebreken die hij aen sijnen lijve behouden hadde van zijnre nederlagen inden Lande van Gulick.4 Zijn dochter Margriet Oem, erfdochter van Bokhoven en Olmen, was gehuwd met Hendrik van der Aa, een van de zonen van bovengenoemde Gerit van der Aa. Hendrik, toen al heer van Nieuw Herlaar, was dus een schoonzoon van Aleid.
Op 24 januari 1464 vestigde Aleid weduwe van Jan Oem, eertijds heer ven Bokhoven, ten behoeve van Aart Berwout een cijns van 14 Rijnsgulden op het goed. Als belendingen werden nu opgegeven erf van Willem van der Aa, zoon van wijlen Gerit, aan de ene en erf van Aart Berwout aan de andere zijde.5 Ook op 10 juni
 eveniant in futurum. Van Sasse van Ysselt, a.w. I, 388, spreekt ten onrechte van ‘een steenen huis en burcht’.
1.Waarschijnlijk overgenomen uit R. 1180, blz. 654 (1396.12.23), maar ook toen al niet meer up-to-date.
2.Zie hierna.
3.R. 1230, f. 301-301v.: Theodericus, Henricus, Willelmus et Godefridus fratres, liberi quondam Gerardi de Aa, domum lapideam et aream sitam in Buscoducis in vico dicto Audehuls inter hereditatem Iohannis filii quondam Boudewini ex uno et inter hereditatem Gheerburgis relicte quondam Willelmi vanden Gelucke ex alio, tendentem a communi platea ad aquam ibidem fluentem, cum attinentiis eiusdem domus lapidee et aree singulis et universis, insuper hereditarium censum decem et octo denariorum aureorum antiquorum communiter scilde vocatorum boni auri et iusti ponderis et trium terciarum partium unius denarii aurei communiter schilt vocati auri et ponderis ut preteritur seu alterius pagamenti eiusdem valoris, quem censum Ghiselbertus Lisscap iunior promiserat se daturum et soluturum quondam Iohanni de Haren hereditarie mediatim nativitatis Domini et mediatim nativitatis Iohannis ex domo lapidea et area predicta, insuper hereditarium censum septuaginta aureorum denariorum antiquorum communiter audescilde vocatorum monete regis Francie boni auri et iusti ponderis, solvendum hereditarie mediatim nativitatis Iohannis et mediatim nativitatis Domini ex domo lapidea et area cum suis attinentiis quondam Wolteri Colen soen, sita in Buscoducis ad vicum dictum Huls inter hereditatem Iohannis filii Boudewini ex uno et inter hereditatem quondam Willelmi Lupen soen de Lommel ex alio, insuper hereditarium censum quadraginta solidorum monete, quem Gerardus filius Gerardi Vosse frunitoris solvendum habebat hereditarie mediatim nativitatis Domini et mediatim nativitatis Iohannis ex domo et area quondam Iohannis Schoute, que postmodum ad Iohannem de Haren spectabat, sita in Buscoducis ad vicum dictum Huls contigue iuxta hereditatem Tielkini Herinc, quos domum lapideam et aream cum suis attinentiis et census predictos Gerardus de Aa erga Mechteldem relictam quondam Iacobi uter Oesterwijc acquisierat, prout in litteris, hereditarie supportavit! domine Aleydi relicte quondam domini Iohannis Oem, olim domini de Buchoven, militis, cum litteris, aliis et iure, promittentes indivisi super omnia et habenda ratum servare et obligationem et impetitionem ex parte eorum et ex parte domicelle Anne eorum matris et quondam Gerardi de Aa eorum patris deponere.
4.Brabants Historisch Informatie Centrum [BHIC], Collectie aanwinsten 409 (getuigenverklaring van 9 januari 1467).
5.R. 1233, f. 165v.: Domina Aleydis relicta quondam domini Iohannis Oem, olim domini de Buchoven, militis, et Theodericus de Aa, filius quondam Gerardi de Aa, cum tutore, hereditarie vendiderunt Arnoldo Beerwout hereditarium censum quatuordecim aureorum florenorum communiter Rijnsch
1468 vestigde zij een cijns op het goed ten behoeve van Jan Petersz. van Arkel en zijn natuurlijke dochter Mechteld. Als belendingen werden opnieuw genoemd Willem van der Aa en Aart Berwout.1 Op 17 januari 1474 verkocht de weduwe Oem een cijns aan Jan van der Aa ten behoeve van Anna van Schoonhoven, weduwe van Gerit van der Aa, toen kloosterlinge van Sint-Geertruid,2 en op 16 mei aan Jan Jansz. van Berze van Grave.3

Op 19 augustus 1484 transporteerde Aleid de helft van het goed aan Jan van Baexen Woutersz. als man van Geertruid van der Aa, dochter van wijlen Hendrik van der Aa, samen met de helft van haar vazen, zilveren kleinodiën en gebruiksvoorwerpen in het huis. Belendingen: erf van wijlen Willem van der Aa, nu zijn erfgenamen, aan de ene en erf van wijlen Willem van de Kerkhof aan de andere zijde.4 Willem van der Aa was toen nog steeds bezitter van het zuidelijk aangrenzende huis.5 Vervolgens verhuurde Jan van Baexen aan Aleid de getransporteerde helft voor het leven.6

De andere helft van het huis was in bezit van heer Jan van Renesse. Deze was gehuwd met Cornelia dochter van Jan Oem van Bokhoven. Jan van Renesse, ridder, verkocht op 5 juli 1488 een cijns van 2½ Rijnsgulden uit zijn helft van het goed, dat nu omschreven werd als huis, erf, tuin en achterhuis in de Sint-Jorisstraat tussen erf van Rutger van Erp en tussen erf van de erfgenamen van Jan van der Aa.7
 gulden vocatorum --- hereditarie nativitatis Domini de et ex domo, area et orto cum suis attinentiis eiusdem domine Aleydis, sitis in Buscoducis in vico dicto den Audenhuls inter hereditatem Willelmi de Aa, filii quondam Gerardi, ex uno et inter hereditatem dicti Arnoldi Beerwout ex alio, tendentibus a dicto vico ad aquam ibidem fluentem, atque de et ex quodam manso eiusdem Theoderici dicto Ruwenberch, sita in parochia de Gestel prope Heerlaer ad locum dictum Rumel ---, promittentes et cum eis Henricus de Aa, dominus temporalis de Buchoven, indivisi super omnia et habenda warandiam et satisfacere. Van Sasse van Ysselt, a.w. I, 389, heeft als datum 24 januari 1463, dit wil zeggen de oude stijl. Op 1 januari 1478 vermaakten Aart en zijn vrouw Heilwig dochter van wijlen Daneel Roesmont onder meer deze cijns aan Aarts broer Rutger (Groot Ziekengasthuis 1871). Op 18 januari 1487 werd hij door Rutger, als uitvoerder van het testament van zijn vader, overgedragen aan het Groot Ziekengasthuis (Sasse van Ysselt, a.w. I, 390, met datum oude stijl; zie R. 1256, f. 183v.-184). Zie verder over deze cijns en het naastgelegen huis van Aart Berwout (Sint-Jorisstraat 119): R. 1256, f. 183v.-184 (18 januari 1487.
1.R. 1237, f. 261v.
2.R. 1243, f. 208v.
3.R. 1247, f. 317.
4.R. 1253, f. 339v.: Domina Aleydis de Buchoven, militissa, relicta quondam domini Iohannis Oem, dominum dum vixit de Buchoven et de Olmen, militis, cum tutore, medietatem domus sue et aree cum suis iuribus et attinentiis, site in Buscoducis ad vicum dictum den Audenhuls inter hereditatem olim Willelmi de Aa, nunc eius heredum, ex uno, et inter hereditatem olim Willelmi vanden Kerckhoff ex alio, tendentis a communi platea ad communem aquam die Dyeze vocatam, simul cum medietate quorumcumque vasorum et clenodiorum argenteorum domusque utensilium dicte domine Aleidis in dicta domo existentium, ut dicebat, hereditarie supportavit Iohanni van Baecx, filio Wolteri, tamquam marito et tutori legitimo domicelle Geertrudis sue uxoris, filie quondam domini Henrici de Aa militis, dum vixit domini de Buchoven --- locatione tamen eedem domine Aleidi a dicto Iohanne de Baex hodierna die de premissis facta sibi salva et reservata.
5.Zie hierna.
6.Dictus Iohannes de Baex dictam medietatem locavit recto locationis modo dicte domine Aleidi, ab eodem quo advixerit in humanis libere habendam et possidendam.
7.R. 1257, f. 166v.-167: Dominus Iohannes van Renesse, miles, hereditarie vendidit michi ad opus
Op 5 juli 1493 sloten de bezitters van het noordelijk aangrenzende perceel een overeenkomst met hun buurman Jan van Baexen:
Claes ende Philips gebruederen, kijndere Herman Coenen Philips zoen, voir hen zelven ende voir Willemen Donck als wittich man ende mombaer Cristinen zijnre huusvrouwe, dochter des voirscreven Herman Coenen, als erfgenamen wilner Geertruyt dochter wilner Claes van Stakenborch, wittige huusvrouwe doen zij leefden Rutgers van Erpe, hebben openbaerlijck bekent, gegeven ende geconsenteert heeren Jannen van Baexen, riddere, als possessor ende besitter eens huys staende in sHertogenbossche bij Sunte Jorijs straet, geheiten thuys van Buchoven, ruerende ende nevens den huyze ende erve dair nu ter tijt inne woent Rutger van Erpe voirscreven, dat die voirscreven heer Jan inder mueren des voirscreven huys dair die voirscreven Rutger inne woent, welke muer begint vanden aftersten zijdel gevel des voirscreven huys van Buchoven totten vorsten hoichsten gevel des zelven huys van Buchoven, begripende in lenghden omtrent xxv voeten, zall moigen tymmeren, zij balcken met yseren anckeren in die zelve muer vuegen ende vestigen ende doen vestigen tot zijnen profijte zoe dat oirbarlijcxte behoiren zall, ende dat men ruerens onder tdack aen der zelver mueren oft enen halven voet in die voirscreven muer zall vuegen, maken ende leggen een goede ende loffbaer goet, in welke goet die wateren comende vanden dake des voirscreven huys van Buchoven ende vanden huys der zelven mueren vallen ende zijnen loop hebben zall. Welke goet die voirscreven heer Jan zall doen maken ende doen leggen op zijnen coste ende zonder coste der voirscreven gebruederen ende Willems Donck. Ende alse also loffbaerlijc gemaect zal wesen, datse dan die voirscreven partijen tot ewigen daigen sullen houden tot hueren gelijke costen, bij alsoe ende hier inne voirsien dat heer Jan voirscreven oft hij also tymmerende inder voirscreven mueren yet breke, dat hij dat wederomme zal doen maken ende repareren tot zijnen cost ende sonder coste der voirscreven gebruederen ende Willems Donck, gelovende die voirscreven gebruederen op hen ende allen henre gueden nu hebbende ende namaels vercrigende tvoirscreven bekennen, gunnen ende consenteren, vast ende stedich te houden ende in hueren name onverbrekelijc te doen houden ende alle commer ende aentael van henre wegen ende van wegen des voirscreven Willem Doncks ende zijnre huysvrouwen aff te doen, gelovende oic die voirscreven heer Jan op hem ende alle zijn guede hebbende ende vercrigende dat hij dit voirscreven goet aen der voirscreven mueren oft dair inne zall doen maken in maniere voirscreven, zonder argelist. Testes Kuyst et Roempot. Datum quinta iulii.
Ponendum? in una cedula.

Want dat alsoe gesciet is als voirscreven is, soe es gestaen voir scepenen hier onder bescreven die voirscreven Rutger van Erpe als weduwer wilneer Geertruyts voirscreven voir hem zelven ende zijnen erfgenamen ende willecoeren dair toe gegeven dat heer Jan voirscreven inder zelver mueren zal tymmeren als Claes ende Philips gebruederen voir hen selven ende Willem hoeren zwager hem gegunnen ende geconsenteert hebben, gelovende super
 conventus fratrum cruciferorum in Buscoducis hereditarium censum duorum et dimidii aureorum florenorum Renensium --- hereditarie nativitatis Iohannis baptiste de et ex medietate domus, aree, orti ac domus posterioris cum suis iuribus et attinentiis, sitorum in Buscoducis in vico dicto Sint Jorijs straet inter hereditatem Rutgeri de Erpe ex uno et inter hereditatem heredum quondam Iohannis vander Aa ex alio, tendentium a dicto vico ad aquam ibidem retro fluentem.
omnia et habenda tvoirscreven gunnen ende consenteren vast ende stede te houden ende in zijnen name onverbrekelijc te doen houden ende alle commer ende aentael van zijnre wegen aff te doen. Testes Hezeacker et Spierinck. Datum xa iulii.
Ponendum? ut supra.1

Op 3 januari 1498 transporteerde een gemachtigde van Jan van Renesse van Rijnauwen, ridder, de helft in het Huis van Bokhoven aan Jan van Baexen,2 ridder. Er werd gesproken van huis, erf, tuin en achterhuis geheten het huys van Buchoven in de Sint Jorijsstraet tussen erf waarin toen Rutger van Erp woonde en tussen erf of huis geheten thuys vander Aa.3 Later in het jaar, op 20 augustus 1498, transporteerde Jan van Renesse in persoon die helft, in nagenoeg dezelfde bewoordingen.4 De reden van deze dubbele overdracht is mij niet duidelijk.

Over de samenvoeging van het Huis van Bokhoven met de zuidelijk aangrenzende percelen zie hierna.

Bezitters Huis van Bokhoven

Gevart Stummeken (?)
Wouter Colen van Oerle
dr Luitgard x Jan van Haren 1384.09.21 >
Gijsbrecht Lysscap
(1385.01.03) cijns
Gijsbrecht Lysscap jr. 1396.10.27 >
Jacob uter Oesterwijc
zijn weduwe Mechteld 1438.08.09 >
Gerit van der Aa
zijn zonen Dirk, Hendrik, Willem en mr. Goiart 1459.03.31 >
Aleid weduwe van Jan Oem, ridder, heer van Bokhoven, ene helft, 1484.08.19 > Jan Woutersz. van Baexen, tr. Geertrui dochter wijlen Hendrik van der Aa, ridder
Cornelia dochter van Jan Oem en Aleid, tr. Jan van Renesse, andere helft, 1498.08.20 >
Jan van Baexen, ridder
1.R. 1262, f. 53v.
2.Ook andere spellingswijzen, zoals de of van Bae(c)x(en) en Bai(c)x(en).
3.R. 1266, f. 16v.-17: Iohannes Martens, stantor? domini Iohannes de Renesse de Rinouwen, militis, potens ad hoc vigore certarum litterarum burgimagistrorum, scabinorum et consulum civitatis Traiectensis in cera rubra sigillatarum, sibi a dicto domino Iohanne concessarum, medietatem ad dictum dominum Iohannem spectantem in domo, area et orto ac domo posteriori cum suis iuribus et attinentiis dictis het huys van Buchoven, sitis in Buscoducis in vico Sint Jorijsstraet in opposito cappelle sancte Georgii inter hereditatem seu domum in qua pro presenti Rutgerus de Erpe moratur ex uno et inter hereditatem sive domum dictam thuys vander Aa ex alio, tendentibus a dicta communi platea Sint Jorijs straet nuncupata retrorsum ad aquam ibidem fluentem, die Diese vocatam, ut dicebat, hereditarie supportavit michi ad opus domini Iohannis de Baicx, militis.
4.R. 1266, f. 392: Dominus Iohannes de Renesse, miles, dominus de Rinowen, medietatem ad ipsum spectantem in domo, area, orto ac domo posteriori cum suis iuribus et attinentiis eiusdem, dictis het huyss van Bochoven, sitis in Buscoducis in vico dicto Sunt Jorijsstraet in opposito cappelle sancti Georgii inter hereditatem seu domum ad Rutgerum de Erp pro nunc spectantem ex uno et inter hereditatem seu domum dicte thuyss vander Aa ex alio, tendentibus a dicta communi platea Sunt Jorijsstraet vocata retrorsum ad aquam ibidem fluentem, die Dieze vocatam, ut dicebat, legittime et hereditarie supportavit domino Iohanni Baex, militi.

Het Huis van der Aa

Over deze twee huizen, die samen het Huis van der Aa vormden, konden betrekkelijk weinig gegevens worden getraceerd.

Het noordelijkste huis van het Huis van der Aa

De oudst bekende bezitter van het complex, dat toen klaarblijkelijk nog maar uit één huis bestond, was Hendrik van Erp, die het heeft overgedragen aan Gerit van der Aa.1 Op 24 november 1422 droeg het Sint-Claraklooster een cijns van 20 schilden uit dit goed over aan Gerit van der Aa, zoon van Gerit van der Aa. Hendrik van de Kloot had deze cijns aan het klooster overgedragen. De omschrijving van het goed luidde: huis en erf tussen erf van Jan van Haren en erf van wijlen Gosen Aencoy. Laatstgenoemde was bezitter van het complex dat later in het bezit zou komen van Gerit van der Aa.2 Op 3 juni 1422 had de rentmeester van het Claraklooster erkend voldaan te zijn van de achterstallen in deze cijns.3
Waarschijnlijk is Gerit van der Aa junior, zoon van Gerit, de eerste Van der Aa als bezitter van dit huis geweest. Zijn ouders, de schepen Gerit van der Aa en Liesbet Wellensdr. van Nijnsel, woonden in de Hinthamerstraat, waar zijn moeder op 9 december 1386 haar testament maakte.4 Gerit junior zelf was eveneens schepen van Den Bosch, en wel in 1429/30 en 1437/38.5
Op 31 mei 1438 beloofde Gerit aan zijn natuurlijke zuster Heilwig een lijfrente van 8 kronen per jaar uit het goed6 en op 9 augustus 1438 kocht hij er het hierna te behandelen Huis van Bokhoven bij.7
Gerit maakte op 30 juli 1443 zijn testament, met toestemming van zijn vrouw, Anna van Schoonhoven. Hij deed dit op zijn kasteel in het goed te Zegenworp (Zegenwerp) onder Sint-Michielsgestel.8
1.R. 1232, f. 383. Zie hierna.
2.Zie hierna.
3.R. 1193, f. 98: Iohannes Pijnappel tamquam receptor sive reddituarius conventus sancte Clare in Buscoducis palam recognovit dictum conventum plenarie esse satisfactum per Gerardum de Aa, filium quondam Gerardi, de omnibus arrestadiis dicto conventui restantibus a quocumque tempore evoluto usque in diem presentem occasione hereditarie census xx aureorum denariorum communiter gulden hellinc vocatorum, quem dictus Gerardus dicto conventui solvere tenetur ex domo et area cum suis attinentiis dicti Gerardi, sita in Buscoducis ad vicum dictum Audehuls.
4.GAHt, Heilige Geest 993 en 994.
5.Jacobs, a.w., 263-264.
6.R. 1208, f. 106v.: Gerardus de Aa promisit se daturum et soluturum Heilwigi sue sorori naturali vitalem pensionem octo aureorum denariorum communiter cronen vocatorum, sicut opidum de Buscoducis pro tempore dabit et recipiet anno quolibet ad vitam dicte Heilwigis et non ultra mediatim nativitatis Domini et mediatim nativitatis Iohannis --- de et ex domo, area et orto eiusdem Gerardi, sitis in Buscoducis ad vicum dictum Huls inter hereditatem Mechteldis relicte quondam Iacobi uter Oesterwijc ex uno et inter hereditatem quondam Iacobi de Dommelen ex alio, tendentibus a communi platea ad aquam ibidem fluentem.
7.Zie hierna.
8.Heilige Geest 2073; Clarissen 43, f. 219v.-220v.
In 1457 is er sprake van ‘twee huizen, erven en tuinen met hun toebehoren van wijlen Gerit van der Aa, gelegen in ’s-Hertogenbosch bij de Sint-Joriskapel tussen erf van Aart van Erp (noord) aan de ene en tussen erf geheten der scutboghart (zuid) aan de andere zijde, strekkende van de openbare straat tot aan het daar stromende water’. Een vijfde deel behoorde toen toe aan Hendrik van der Aa.1 De belending Aart van Erp zou betrekking moeten hebben op het Huis van Bokhoven, maar een dergelijke gerechtigde is mij niet bekend.

Dat het hierbij om twee stenen huizen ging, blijkt uit een schepenakte van 1 maart 1459, waarin de gebroeders Dirk, Hendrik, Goiart en Willem van de Aa, kinderen van wijlen Gerit van der Aa, een cijns verkochten uit het huis naast de schuttersbogaard.2

Het noordelijkste van de twee huizen transporteerden Dirk en Hendrik op 14 april 1463 aan hun broer Willem.3 Mogelijk was deze laatste toen al in bezit van het
1.R. 1227, f. 405v.: Henricus de Aa, dominus de Buchoven, et Martinus Monix promiserunt indivisi Iohanni de Erpe, filio Arnoldi de Erpe, ad opus sui et ad opus Anthonii filii Iohannis Monix, quod ipsi dabunt et solvent dicto Iohanni de Erpe, quadvixerit ipse et post eius decessum dicto Anthonio si supervixerit hereditarium censum decem aureorum florenorum communiter overlens Rijnsch gulden vocatorum vel valorem hereditarie Purificationis de et ex quinta parte ad dictum Henricum de Aa spectante in duabus domibus, areis et ortis cum suis attinentiis quondam Gerardi de Aa, sitis in Buscoducis iuxta capellam sancti Georgii inter hereditatem Arnoldi de Erpe predicti ex uno et inter hereditatem dictam der scutboghart ex alio, tendentibus a communi vico ad aquam ibidem fluentem, insuper ex hereditate dicta moer ad dictum Henricum de Aa spectante, sita in parochia de Gestel prope Oesterwijc, insuper de et ex omnibus et singulis bonis Henrici et Martini predictorum. Zie ook R. 1245, f. 61 (1476.09.30).
2.R. 1229, f. 78v.-79: Theodericus, Henricus, Godefridus et Willelmus vander Aa fratres, liberi quondam Gerardi de Aa, hereditarie vendiderunt domino Iohanni die Haze, investito ecclesie beginarum in Buscoducis, annuum et hereditarium censum sex aureorum florenorum communiter overlens Rijns gulden vocatorum vel valorem, solvendum hereditarie nativitatis Domini de et ex domo lapidea et area olim quondam Gerardi, sita in Buscoducis iuxta capellam sancti Georgii in Buscoducis inter pomerium sagittarorum in Buscoducis ex uno et inter reliquam domum lapideam et aream dicti quondam Gerardi ex alio, tendentem a communi vico ad aquam ibidem fluentem.
3.R. 1232, f. 383: Theodericus de Aa et Henricus de Aa, dominus de Buchoven, fratres, liberi quondam Gerardi de Aa, filii quondam Gerardi de Aa, domum et aream sitam in Buscoducis ad vicum dictum Huls inter hereditatem quondam Wolteri de Oerle, postea ad Ghiselbertum Lysscap iuniorem spectantem, ex uno et inter hereditatem quondam Goeswini Aenkoy ex alio, quam domum et aream Gerardus de Aa erga Henricum de Erpe acquisierat, insuper in hereditario censu! viginti aureorum denariorum communiter gulden hellinc vocatorum boni et iusti ponderis seu alterius pagamenti eiusdem valoris, solvendo hereditarie mediatim nativitatis Domini et mediatim nativitatis Iohannis de domo et area sita in Buscoducis ad vicum dictum Audehuls inter hereditatem Iohannis de Haren ex uno et inter hereditatem quondam Goeswini Aencoy ex alio, quem censum Gerardus de Aa, filius quondam Gerardi de Aa erga dominam Agnetam de Zuelen, abbatissam, domicellam Agnetem de Fe, priorissam conventus sancte Clare in Buscoducis, domicellas Nycasiam dictam Sceps, Iohannam vander Meerwynen, Elisabeth Venedaels, Aleydem Shoefschen et Iohannam de Brolyo, coventuales eiusdem conventus, et Iohannem Pijnappel, reddituarium dicti conventus, acquisierat, insuper in hereditario censu quatuordecim solidorum monete, quem censum conventus de Porta Celi prope Buscumducis solvendum habebat mediatim nativitatis Domini et mediatim nativitatis Iohannis de et ex domo et area Gerardi de Aa, filii quondam Gerardi de Aa, sita in Buscoducis in vico dicto Audehuls iuxta hereditatem quondam Iacobi uyter Oesterwijc, de quo censu quatuordecim solidorum octo et dimidius denarius census domino nostro duci ex dicta domo et area solvendi sunt solvendi, quem censum quatuordecim solidorum Ghiselbertus Roesmont ad opus dicti Gerardi de Aa erga fratrem Henricum Tube?, priorem, fratrem Gerardum Scilder, suppriorem, fratrem Gerardum? de Hoculem,
zuidelijke huis. Op 3 augustus 1468 is namelijk sprake van één huis, gelegen tussen erf van vrouwe Aleid weduwe van Jan Oem, eertijds heer van Bokhoven, en erf geheten des scutboghart.1

In de oorkonde van 14 april 1463 is sprake van twee cijnzen uit dit huis:
een van 20 gulden hellinc, die Gerit Geritsz. van der Aa van de clarissen had verkregen,2 en een van 14 schellingen en een halve penning aan de hertog, die Gerit van het klooster van Porta Celi had verkregen.

Op 10 september 1471 beloofde Willem aan zijn natuurlijke halfzuster Katelijn een cijns uit het goed. Het werd hierbij omschreven als huis, erf, tuin en achterhuis.3

Willem zou op 21 oktober 1471 overleden zijn.4 Op 25 mei 1473 blijkt Dirk van der Aa in het bezit te zijn van het derde deel van het goed.5 Het betreft waarschijnlijk Willems broer. In 1478 worden Dirk en Jan van der Aa, waarschijnlijk eveneens zijn
 cellerarium, et fratrem Henricum de Hoculem, conventuales conventus de Porta Celi predicti acquisierat, prout in diversis litteras, hereditarie supportaverunt Willelmo de Aa eius fratri --- excepto hereditario censu unius aurei denarii communiter Philippus scilt communiter vocati Godefrido filio naturali quondam Gerardi de Aa ultimodicti e iure solvendo.
1.R. 1237, f. 47v.: Willelmus de Aa, filius quondam Gerardi de Aa, promisit domicelle Heilwigi filie naturali quondam Gerardi de Aa, in casu quo Katherina filia naturalis dicti Willelmi de Aa decesserit, ipsa domicella Heilwige in vita permanente, et in illo casu dabit et solvet dicte domicelle Heilwigi annuam et vitalem pensionem octo aureorum florenorum communiter overlens Rijnsch gulden vocatorum vel valorem, prout opidum de Buscoducis suis pensionariis dabit et solvet anno quolibet ad vitam dicte domicelle Heilwigis et non ultra mediatim Remigii et mediatim Gertrudis de et ex domo, area et orto eiusdem Willelmi, sitis in Buscoducis in vico dicto Huls inter hereditatem domine Aleydis relicte quondam domini Iohannis Oem, olim domini de Buchoven, militis, ex uno et inter hereditatem dictam des scutboghart ex alio, tendentibus a dicto vico ad aquam ibidem fluentem et ex attinentiis dictorum domus aree et orto singulis et universis, ubicumque locorum consistentibus; insuper de et ex omnibus et singulis aliis bonis dicti Willelmi de Aa habitis et habendis, quocumque locorum consistentibus, sitis aut solvendis, ut dicebat. Et cum decesserit erit quitus.
2.En wel op 3 juni 1422 (R. 1193, f. 98). Zie hierboven.
3.R. 1240, f. 304: Willelmus vander Aa, filius quondam Gerardi vander Aa, promisit michi Franconi ad opus Katherine filie naturalis dicti Willelmi vander Aa, ab ipso et Iohanna filia quondam Godefridi vanden Heck pariter genite, quod ipse dabit et solvet dicte Katherine sue filie hereditarium censum quatuordecim aureorum florenorum overlens Rijns gulden communiter vocatorum monete quatuor electorum dictorum coervorsteren ante datam litteram etcetera presentium monetatorum vel valorem anno quolibet hereditarie mediatim nativitatis Domini et mediatim nativitatis Iohannis baptiste --- de et ex domo, area et orto ac domo posteriori cum suis iuribus et attinentiis dicti Willelmi vander Aa, quos ipse pro presenti inhabitat, sitis in Buscoducis in vico dicto Sint Joris straet inter hereditatem domine Aleidis de Buchoven, relicte quondam domini Iohannis Oem, militis, domini temporalis dum vixit de Buchoven et de Olmen, ex uno et inter hereditatem antiquorum sagittariorum dictorum die aude scutten in Buscoducis ex alio, tendentibus a dicto vico retrorsum ad communem aquam die Dyeze vocatam ibidem fluentem.
4.Van Sasse van Ysselt, a.w. I, 388.
5.R. 1242, f. 62v.: Theodericus vander Aa promisit michi ad opus conventus regularium beate Marie virginis supra Dumum prope Eyndoven quod ipse dabit et solvet dicto conventui hereditarium censum trium aureorum denariorum peters vocatorum --- Remigii confessoris de et ex 3a parte ad dictum Theodericum ut dicebat spectantem in domo, area, orto, cum suis attinentiis, sitis in Buscoducis in vico et in oppositum transversale capelle sancti Georgii, ibidem inter hereditatem dictum der scutbogart ex uno et inter hereditatem domine Aleidis de Buchoven, militisse, ex alio, tendentibus a dicto vico ad aquam ibidem retro fluentem.
broers, als belending vermeld,1 in 1484 en 1488 de erfgenamen van Willem van der Aa.2

Hierna is het goed aan Willems andere broer Jan van der Aa gekomen, schepen van ’s-Hertogenbosch,3 die overleed vóór 22 mei 1497. Op die datum transporteerden Jan van Vladeracken en zijn vrouw Anna dochter van Jan van der Aa, mede voor jonkheer Jan van der Aa, heer van Bokhoven, en voor Lucas van Erp, man van Marie dochter van Jan van der Aa, het goed aan Daneel Thomas Jansz. van der Donck. Het goed werd echter, waarschijnlijk op 1 mei 1498, genaast door Jan van Baexen, man van Geertruid dochter van Jan van der Aa.4

Met deze laatste rechtshandeling waren het Huis van Bokhoven en het Huis van der Aa samengevoegd.

Op 4 juli 1510 ten verkocht Jan van Baexen, toen laagschout van ’s-Hertogenbosch,5 als man van Margriet dochter van wijlen heer Hendrik van der Aa, ridder, heer van Bokhoven, een cijns van 10 Rijnsgulden uit drie huizen naast elkaar alsmede tuinen en twee achterhuizen tussen erf van de oude schutters geheten der scut bogart en erf van Klaas Coenen Fransz. Uit het goed gingen cijnzen ter waarde van 21 Rijnsgulden aan verschillende personen.6
1.R. 1248, f. 136. Zie hiervóór.
2.R. 1253, f. 339v., en R. 1257, f. 166v.-167. Zie hiervóór.
3.Jacobs, a.w., 267-268.
4.R. 1265, f. 338v.-339: Magister Iohannes de Vladeracken tamquam maritus et tutor legitimus domicelle Anne sue uxoris, filie quondam Iohannis, pro se ipso et dicta domicella Anna sua uxor necnon pro domicello Iohanne! vander Aa, domino temporali de Buchoven, et Luce de Erpe tamquam marito et tutori legitimo domicelle Marie sue uxoris, filie dicti quondam Iohannis vander Aa, domum, aream et ortum necnon domum posteriorem cum suis iuribus et attinentiis, sitos in Buscoducis ad locum dictum den Auden huls in oppositum cappelle sancti Georgii inter hereditatem heredum quondam domini Iohannis Oem de Buchoven ex uno et inter hereditatem dictam der alder Scutbogart ex alio, tendentes a communi platea ad communem aquam, die Dyese vocatam, ibidem fluentem, ut dicebant, hereditarie vendiderunt Danieli filio Thome Jans soen vander Donck, ab eodem, promittentes --- exceptis censu fundi domino nostro duci ad tres et dimidii stuvers ascendente, hereditario censu sex florenorum investito ecclesie beginarum in Buscoducis, hereditario censu trium denariorum peters communiter vocatorum conventui opten Hage prope Eyndoven, item hereditario censu sedecim denariorum stuvers communiter vocatorum conventui van Zoeterbeeck ---. Datum xxii maii.
 Dominus Iohannes de Baex, maritus et tutor domine Geertruydis sue uxoris, filie quondam domini Iohannis de Aa, domini temporalis dum vixit de Buchoven, et ipse cum eodem in absentia dicte domine .. prebuisset? optinuerunt?. Testes Heym et Cruyff. Datum prima maii.
5.Jacobs, a.w. 240.
6.R. 1279, f. 514v.-515: Dominus Iohannes de Baecx, miles, tamquam maritus et tutor legitimus ut dicebat domine Margarete sue conthoralis, filie quondam domini Henrici vander Aa, militis, domini temporalis de Buchoven, legitime et hereditarie vendidit Iohanni de Erpe, filio quondam Iohannis, annuum et hereditarium censum decem florenorum Rijnsgulden communiter vocatorum --- solvendum anno quolibet hereditarie in festo nativitatis beati Iohannis baptiste de et ex tribus domibus sibi invicem adiacentibus necnon ortis et duabus domibus posterioribus dicti venditoris, sitis in Buscoducis in vico sancti Georgii inter hereditatem antiquorum sagittariorum in Buscoducis dictam der scut bogart ex uno latere et inter hereditatem Nycolai Coenen Franssoen ex alio latere, tendentibus a dicto vico ad aquam ibidem retro fluentem, de Dyese vocatam, insuper de et ex omnibus? aliis bonis dicti venditoris mobilibus et immobilibus singulis et universis, quocumque locorum consistentibus, sitis, solvendis aut recipiendis, ut dicebat, ab eodem emptore iure hereditario habendum et possidendum. Dictumque censum dictus venditor prefato emptori supportavit et effestucando resignavit modo in
Dat het om een kapitaal complex ging, blijkt uit het feit dat in 1511 en in 1515 de landvoogdes Margareta van Oostenrijk er haar intrek nam bij haar bezoeken aan ’s-Hertogenbosch.1

Het zuidelijkste huis van het Huis van der Aa

Het oudste gegeven betreffende dit perceel dateert van 7 januari 1317, toen de procurator van de Tafel van de Heilige Geest het voor 34 schellingen per jaar ten cijns gaf aan Hendrik van Beek lakensnijder. Het werd toen gesitueerd bij huis en erf van de burger Andries Korstiaansz. timmerman.2 Op de rugzijde van dit stuk is moeizaam te lezen met een vijftiende-eeuwse hand: XXXIIII s. ... erve Roseken ...c Heynrics van Beke ... nu heeft. Nu Hube die Wolf. Nu Jacob van Dommelen die tymmerman. Nu die ou scutte vanden erve der Schutbogart.

Later was het perceel in bezit van Gosen Aencoy.3 In 1364 verkocht Aart Hoeloeghe een cijns aan Herzewind vrouw van Gosen Aenkoy.4 Mogelijk was Gosen toen dus al overleden, maar dat staat niet in de akte. Dit was in ieder geval zo op 5 mei 1369, toen Hendrik Koning van Herzewind een half erf in de Huls in cijns kreeg.5 Na het overlijden van Herzewind moest deze cijns, ten bedrage van 4 pond en 8 schellingen betaald worden aan haar kinderen Aart, Heilwig, Mette en Herman.6
 talibus consueto --- exceptis diversis hereditariis censibus ad viginti unum florenum Renensem ascendentibus diversis personis prius annuatim ex premissis e iure solvendis.
1.Van Sasse van Ysselt, a.w. I, 391-392.
2.H. Geest 106: Nos Henricus de Aggere et Henricus de Sonne, scabini in Buscho ducis, notum facimus universis quod coram nobis procurator mense sancti Spiritus in Buscho ducis ex parte et nomine dicte mense dedit ad annuum et hereditarium censum Henrico de Beke pannicide, nostro conburgensi, hereditatem ad dictam mensam spectantem, ut dicitur, sitam in Buscho ducis in vico dicto Audehuls iuxta domum et aream Andree filii quondam Cristiani Carpentatoris, nostri conburgensis, ab ipso Henrico iure hereditario possidendam et habendam quolibet anno pro triginta quatuor solidis talis monete quali burgenses in Buscho ducis reliquis suis conburgensibus annuos et hereditarios census suos solvent de hereditatibus suis infra Buschum ducis, terminis infrascriptis dandis et s[olven]disa ab ipso Henrico dicte mense et relicte Arnoldi quondam Calciferratoris, [nostro]a conburgensi, quolibet anno, pro una medietate in festo nativitatis Domini et pro reliqua medietate in festo nativitatis beati Iohannis Baptiste, de hereditate antedicta. Et quia dictus procurator dicte mense ex parte et nomine eiusdem dictam hereditatem per sententiam scabinorum de Buscho ducis iuxta consuetudinem iuris dicti loci omnibus et singulis in hoc rite peractis in iudicio extitit conseq[uu]tus?a pro annuis censibus eidem mense deficientibus et pro tempore preterito eidem mense non solutis, constitutus coram nobis iudex dicti loci de Buscho ducis promisit auctoritate iudiciali se dicto Henrico de dicta hereditate plenam warandiam prestiturum, presentium testimonio litterarum.
 Datum anno Domini Mo CCCmo sextodecimo, feria sexta post epiphaniam Domini.
 a Gat in het perkament.
3.Vermelding bij een gerechtelijke uitwinning in 1423: prope hereditatem Ywani quondam Carnificis, in qua hereditate predicta Goskinus dictus Aenkoy morabatur. Het betrof achterstallinge betaling van een cijns van 10 schellingen (R. 1800, f. 56).
4.H. Geest 550 (22 augustus 1364). Met vijftiende-eeuwse hand op de rug onder meer: X s. van Mechtelt Noppen.
5.Dit goed werd op 15 november 1408 (quinta post Martini) overgedragen aan Gerit Mijsschaert? van Gestel (R. 1186, f. 27). Volgens het fiche van M. Spierings. Het origineel mag niet meer worden geraadpleegd en het microfiche is nagenoeg onleesbaar.
6.Vermelding uit 1570 (R. 1806, f. 210v.): Theodericus vanden Berge, Willelmus Zebertsz.,
Bij een erfdeling op 10 oktober 1377 tussen de erfgenamen van Gosen en Herzewind vielen aan hun zoon Herman onder andere huis en erf van Gosen bij erf van Wouter van Oerle ten deel. De deelgenoten waren naast Herman: Hendrik Noppen, man van Heilwig, Hubrecht de Wolf, man van Mechteld, en Gerit zoon van Herman Bac.1 Bovengenoemde Aart was dus mogelijk al overleden.

Op 4 november 1384 droeg Hendrik Noppen, man van Heilwig dochter van wijlen Gosen Aencoy, de helft in huis en erf in de Aude Huls tussen erf van Wouter van Oerle en huisplaats van heer Gerit van Haren over aan Mechteld dochter van Gosen en van Katelijn dochter van wijlen Jan Specier. Uit het hele complex ging een cijns van 24 schellingen aan de Heilige Geest en cijnzen aan de priesters van de Sint-Jan.2 De genoemde heer Gerit was in 1338 pastoor van Haaren.1 Op 9 april 1388
 Theodericus die Raet et Lambertus die Wolff nomine et ex parte trunci pauperum domesticorum vici dicti Weverplaets, et sic tamquam potentes ut dicebant, fuerunt adiusticiati ad medietatem domus et aree site in Buscoducis ad vicum dictum Huls inter hereditates Iohannis dicti Schilder ex utroque latere coadiacentes, occasione defectus solutionis annui et hereditarii census quatuor librarum et octo solidorum monete, dandi et solvendi Herzewyndi relicte quondam Goiswini dicti Aenkoye ad eius vitam et post eam Arnoldo, Heylwigi, Mette et Hermanno liberis quondam Goswini! et Herzewyndis ab Henrico dicto Coninck anno quolibet hereditarie mediatim in festo nativitatis beati Iohannis Baptiste et mediatim in festo nativitatis Domini de et ex medietate domus et aree predicte, quam medietatem predictam dictus Henricus Coninck erga dictum Herzewyndem pro dicto censu ad censum acquisierat, prout in literis quarum data continet sabbato post dominicam qua cantatur Cantate anno Domini millesimo tricentesimo sexagesimo nono.
1.Groot Begijnhof 60: Hermannus filius quondam Goewini! dicti Aencoy, Henricus dictus Noppen, maritus et tutor legitimus ut asserebat Heylwigis sue uxoris, Hubertus dictus Wolf, maritus et tutor legitimus ut asserebat Mechtildis sue uxoris, filiarum dicti quondam Goeswini, et Gerardus filius Hermanni dicti Bac palam recognoverunt se divisionem hereditariam mutuo fecisse de bonis que dictus quondam Goeswinus et Herzewijndis eius uxor in sua morte post se relinquerunt, ut ipsi dicebant. Mediante qua divisione hereditarius census decem solidorum monete ---, quem dictus quondam Goeswinus erga Thoman filium Hille de Helvoert, atque hereditarius census decem solidorum dicte monete, quem dicta quondam Herzewijndis erga Arnoldum dictum Hoeloghe; item hereditarius census quinquaginta solidorum dicte monete, quem dictus quondam Goeswinus erga Iohannem dictum de Mynghen acquisierat; item hereditarius census viginti solidorum dicte monete, quem dictus quondam Goeswinus erga Gerardum dictum vanden Ter acquisierat; item domus et area dicti quondam Goeswini, sita in Buscoducis in vico dicto Huls iuxta hereditatem Walteri de Ourle; item hereditarius census viginti solidorum antique pecunie, quem dictus quondam Goeswinus solvendum habuit annuatim ex hereditate quondam Arnoldi dicti Hoeloghe, sita in Buscoducis ad vicum dictum Aude huls; item medietas hereditarie pactionis duorum modiorum siliginis, solvende anno quolibet hereditarie in festo Purificationis beate Marie virginis, quam pactionem dictus quondam Goeswinus erga Hermannum Bac predictum acquisierat, ut ipsi dicebant, primodicto Hermanno cesserunt in partem, ut dicti Henricus Noppen, Hubertus Wolf et Gerardus palam recognoverunt. Super quibus bonis, primodicto Hermanno in parte cessis ut prefertur, antedicti Henricus, Hubertus et Gerardus atque super toto iure --- ad opus primodicti Hermanni legitime et hereditarie renuntiaverunt effestucando ---, promittentes --- quod ipsi huiusmodi divisionem et renuntiationem ratas et firmas --- observabunt, tali condicione apposita, si Hermanno primodicto de dictis bonis, ei in partem cessis ut dictum est, imposterum aliquid via iuris seu per sententiam scabinorum in Buscoducis eviceretur?, quod extunc dampna exinde evenientia primodicti Henricus, Hubertus et Gerardus simul indivisi et coequaliter cum primodicto Hermanno portabunt atque portare tenebuntur, ut ipsi palam recognoverunt.
 Testes --- Arnoldus de Andel et Iohannes filius Trude.
 Datum feria sexta post octavas beatorum Petri et Pauli apostolorum anno Domini millesimo CCCmo septuagesimoseptimo.
2.R. 1177, f. 163v.: Henricus Noppen, maritus et tutor legitimus Heylwigis sue uxoris, filie quondam Goeswini Aencoy, medietatem ad se spectantem in domo et area sita in Buscoducis in vico Aude huls
transporteerde genoemde Katelijn de helft in de helft van het huis, die Katelijn en Mechteld van Hendrik Noppen hadden gekocht aan Mechteld.2

Het lijkt erop dat Mechteld in bezit van het hele huis is gekomen, want op 27 juni 1398 verkochten Hubrecht Wolf en Mechteld een cijns van 3 pond uit huis erf en tuin van wijlen Gosen Aencoy, dat nu gesitueerd werd tussen erf van Gerit van der Aa en erf van Gevard Stummeken, toen van Jacob uter Oesterwijc. Uit het goed gingen al een cijns van 24 schellingen aan de Heilige Geest en een van 13 schellingen aan het Sint-Janskapittel.3 Twee jaar later, op 30 juli 1401, verkochten zij aan Aart van Andel een cijns van 40 schellingen uit het goed.4 In 1402 droeg Jacob uter Oesterwijc een huisplaats over aan de schutterij.5 Waarschijnlijk betrof dit de zojuist genoemde belending.

4 april 1419 droeg Heilwig weduwe van Hendrik Noppen alle goederen die zij van haar zuster Mechteld, weduwe van Hubrecht de Wolf, had geërfd over aan Jan van Vessem lakenscheerder, behalve huis en erf bij de schuttersboomgaard waarin Hubrecht zijn touwslagerij uitoefende en behalve de tuin van Hubrecht bij de nieuwe muur tegenover het begijnhof.6
 inter hereditatem Walteri de Oirle ex uno et inter vacuum domistadium domini Gerardi de Haren ex alio, ut dicebat, vendidit Mechtildi filie dicti quondam Goeswini et Katherine filie quondam Iohannis Specier --- exceptis xxiiii solidis communis pagamenti mense sancti Spiritus in Buscoducis et censibus presbiteris ecclesie sancti Iohannis in Buscoducis ex dicta integra domo et area solvendis.
1.Heilige Geest 221 (28 maart 1338). Deze gaf op genoemde datum een huisplaats en een aangrenzend stukje ‘nieuw of onbewerkt land’ (terre nove seu inculte) ten erfelijke cijns aan Goiart Hendriksz. Moelners timmerman.
2.R. 1178, f. 32: Katherina filia quondam Iohannis dicti Specier cum tutore medietatem ad (se) spectantem in medietate domus et aree site in Buscoducis in vico dicto communiter Aude huls inter hereditatem Walteri de Oerle ex uno et inter vacuum domistadium quondam domini Gerardi de Haren, presbiteri, ex alio, quam medietatem dicte domus et aree dicta Katherina et Mechtildis filie quondam Goeswini Aencoy erga Henricum Noppen emendo acquisierat, prout in litteris, supportaverunt dicto Mechtildi.
3.R. 1181, blz. 141: Hubertus Wolf et Mechtildis filia quondam Goeswini Aenkoys cum suo tutore ad hoc etcetera hereditarie vendiderunt Willelmo Claes soen de Lederbroec hereditarium censum trium librarum monete, solvendum hereditarie mediatim nativitatis Domini et mediatim Iohannis ex domo, area et orto dicti quondam Goeswini Aenkoys, sita in Buscoducis ad vicum Aude huls inter hereditatem Gerardum de Aa ex uno et inter hereditatem quondam Ghevardi Stummekens, nunc ad Iacobum uter Oesterwijc spectantem, ex alio --- exceptis xxiiii solidis mense sancti Spiritus in Buscoducis et xiii solidis decano et capitulo ecclesie beati Iohannis in Buscoducis exinde prius solvendis et sufficientem facere.
4.R. 1182, blz. 634. Op 28 april 1430 deed Liesbet weduwe van Gijsbrecht Mallant afstand van deze cijns ten behoeve van de abdij van Berne. Aart van Andel had die cijns verkregen van Hubrecht zoon van wijlen Hubrecht Wolf en van Mechteld dochter van wijlen Gosen Aencoy (R. 1200, f. 85v.).
5.R. 1182, blz. 971. Volgens het fiche van M. Spierings. Het origineel mag niet meer worden geraadpleegd en het microfiche is onleesbaar.
6.R. 1191, f. 108v.: Heilwigis relicta quondam Henrici Noppen cum tutore omnia et singula bona sibi de morte quondam Mechtildis sue sororis, relicte quondam Huberti die Wolf, ac de morte liberorum eiusdem quondam Mechtildis advoluta, salvis sibi atque exceptis domo et area sita in Buscoducis ad vicum dictum Huls prope ortum sagittariorum in qua domo dictus quondam Huberti solebat exercere opus suum perficiendo cordas, excepto etiam orto dicti quondam Huberti, sito in Buscoducis prope novum murum in opposito beghinagii, ut dicebat, hereditarie supportavit Iohanni de Vessem rasori pannorum.
Op 2 september 1423 transporteerden de oude schutters aan Jacob van Dommelen het goed, dat ditmaal een erf (hereditas) werd genoemd, welk goed zij - waarschijnlijk na uitwinning -1 van Aart van Andel hadden verkregen, aan Jacob van Dommelen. Hiertoe behoorde ook het recht van weg vanaf de uiterste paal en de achterste muur op het erf tot aan de stadsmuur, het toilet en het water aldaar, met het gebruik van het toilet en het water. Jacob moest op eigen kosten een poort maken en onderhouden voor zijn eigen gebruik en dat van de schutterij. Ook mocht deze laatste een zomerhuis tegen de gevel van Jacob bouwen naar het zuiden en de schutsbogaard toe ter plaatse van het voorhuis van Jacob. Uit het goed gingen de cijns van 34 schellingen aan de Heilige Geest en 2 pond aan Aart van Andel.2

Het is niet duidelijk wanneer dit goed in het bezit is gekomen van Gerit van der Aa. Jacob van Dommelen is in ieder geval vóór 31 mei 1438 overleden3 en op 4 december 1454 wordt van het noordelijk aangrenzend perceel, toen in bezit van Hendrik van der Aa, gezegd dat het grensde aan erf eertijds van Jacob van Dommelen.4

Bezitters noordelijkste huis van het Huis van der Aa:

Hendrik van Erp >
Gerit Geritsz. van der Aa (al bezitter 1422.11.24)
zijn zonen Dirk en Hendrik, heer van Bokhoven, 1463.04.14 >
hun broer Willem van der Aa
1.Zie R. 1800, f. 56v. Jan de Meester, zoon van wijlen Hendrik de Meester, werd geëigend. Verder zijn alleen de drie afkondigingen en de verkoop vermeld; details ontbreken.
2.R. 1193, f. 512v.: Ghiselbertus de Oyen tamquam magister societatis architenensium seniorum in Buscoducis atque Iohannes Pels et Nycolaus Wal et Iacobus Kesselman tamquam decani societatis predicte nomine ipsorum et nomine quorumlibet aliorum sagittariorum seu architenensium antiquorum opidi de Buscoducis presentium et futurorum, potentes ad infrascripta ut dicebant, hereditatem quandam quondam Huberti Wolf, sitam in Buscoducis ad vicum dictum Huls prope pomerium dictum der scut bogairt inter hereditatem Gerardi vander Aa, filii quondam Gerardi, ex uno et inter hereditatem Gevardi Stomken ex alio, tendentem a dicto vico retrorsum usque ad quemdam murum ibidem consistentem in orto versus murum opidi de Buscoducis, quam hereditatem Ghiselbertus die Smit de Oyen tamquam magister, Arnoldus Cleynnael, Gerardus Wal et Nycolaus de Riel tamquam decani sagittariorum seniorum in Buscoducis erga Arnoldum de Andel acquisierant, prout in litteris dicebant contineri, inquantum et prout huiusmodi hereditas ad quondam Hubertum Wolf pertinere consueverat, ut dicebant, simul et ius viandi ab extremo palo et posteriori? muro predicto stante in dicta hereditate usque ad murum opidi de Buscoducis et ad cloacam et ad aquam ibidem fluentem, simul cum iure utendi perpetue cloaca et porta aquarum et aque? predictis, ut dicebant, supportaverunt Iacobo de Dommelen --- excepto censu domini ducis atque pro hereditario censu xxxiiii solidorum mense sancti Spiritus in Buscoducis atque hereditario censu duarum librarum monete Arnoldo de Andel exinde prius e iure solvendis, tali condicione annexa quod dictus Iacobus suis propriis expensis retro iuxta aquam faciet et tenebitur perpetue conservare unam portam laudabilem ad usum sui et ad perpetuum usum societatis predicte, atque eadem societas habebit perpetuum ius edificandum domum estivalem in pariete domus Iacobi predicti ibidem edificata? in hereditate predicta, scilicet in latere versus austrum et versus pomerium sagittariorum ad .. locationem? domus anterioris Iacobi predicti.
3.R. 1208,f. 106v.
4.R. 1225, f. 15.

Bezitters zuidelijkste huis van het Huis van der Aa:

Gosen Aencoy bij vererving vóór 1377.10.10 >
zijn zoon Herman? bij vererving? vóór 1388.04.09 >
½ aan Katelijn x Hendrik Noppen
½ aan Mechteld x Hubrecht Wolf
uitwinning in 1423
Aart van Andel >
schutters 1423.09.02 >
Jacob van Dommelen (overl. vóór 1454.12.04)? >
Gerit Geritsz. van der Aa, vererving en deling? >
zijn zoon Willem

Bezitters beide Huizen van der Aa

Willem van der Aa, zoon van Gerit van der Aa, vererving (overl. 1471.10.21) >
zijn broers Hendrik en Jan van der Aa, overdracht door Hendrik? >
Jan van der Aa, hierna vererving? >
zijn dochter Geertruid van der Aa, tr. Jan van Baexen, laagschout

Het complex Bokhoven-Van der Aa in de cijns- en verpondingsregisters

In het hertogelijk cijnsregister van 1520 treffen we na de percelen van de oude schutters, van zuid naar noord, de volgende posten aan:

Hubertus Lupus et frater eius de xxi pedatis
ix d.

Sanctus Spiritus.

Dominus Iohannes Baex miles de xx pedatis
viii½ d.

Idem de xx pedatis
viii½ d.

Idem de lvii½ pedatis
xxiiii d.1


In het register van 1573:

Den Heyligen Geest voer Huybert de Wolff van xxi voeten ix oudts, geldende
i st. xiiii d.


Mr. Jan Hogaers Kelders ende mr. Johan Bardoel.
Den abt van Tongerloo van xx voeten viii½ d. oudts, geldende
i st. xi d.

Deselve van xx voeten viii½ d. oudts, geldende
i st. xi d.

Deselve van lvii½ voeten xxiiii d. oudts, geldende
iiii st. xiiii d.

Summa viii st. iiii d.2
1.Algemeen Rijksarchief Brussel, Rekenkamers 45067, f. 67v.
2.BHIC, Raad en rentmeester-generaal 280, f. 70v. Ook in het cijnsregister van 1728 werden over dit complex 8 stuivers en 4 penningen betaald (Raad en Rentmeester-generaal 282, f. 175v.). Zowel in 1573 als in 1728 werden over de Schuttershof 9 stuivers en 4 penningen betaald. Het perceel van Huib de Wolf ontbreekt in laatstgenoemd register.
De percelen van het Huis van der Aa hadden dus slechts een bescheiden breedte - twee keer 20 voet (tweemaal 5,74 meter) -, het perceel Bokhoven daarentegen mat 67½ voet (ruim 19,37 meter).

Het is niet duidelijk of het perceel van Hube Wolf, waarvoor de Heilige Geest betaalde, aan de straat gelegen was.

De abdij van Tongerlo was in 1541 in bezit van het complex gekomen, de boven de post geschreven Hogaers Kelders en Bardoel, erfgenamen van bisschop Laurentius Metsius, in 1587.1

Het verpondingsregister van 1635 somt de percelen in de omgekeerde volgorde, dus van noord naar zuid, op:

... (opengelaten) Cattenburch het groot huijs met den hoff daerachter, eijgenaer ende bruijcker, getaxeert op drie hondert vijftich ponden ---.
Deselve Cattenburch eijgenaer, Pieter de Boode bruijcker, voor vierentwintich ponden ---.
Den selven Cattenburch eijgenaer, Jan Blont bruijcker, voor vijftich ponden ---.
2

Dirk van Cattenburch, secretaris van gouverneur Johan Wolfert van Brederode, had het complex verkregen op 21 juni 1631.3 Terwijl het noordelijkste huis - het Huis van Bokhoven - getaxeerd was op het hoge bedrag van 350 pond, lijkt het voormalige Huis van der Aa teruggebracht te zijn tot twee bescheiden woningen met waarden van respectievelijk 24 en 50 pond.

1.Zie Van Sasse van Ysselt, a.w. I, 394-397.
2.Nationaal Archief ’s-Gravenhage, Raad van State 2134, f. 126.
3.Van Sasse van Ysselt, a.w. I, 398.

Martin W.J. De Bruijn, Utrecht december 2012